Bewegen is veel meer dan het aanspannen van spieren. Het brein en zenuwstelsel verwerken voortdurend informatie uit het lichaam en de omgeving en gebruiken deze informatie om beweging te organiseren.
Je ogen geven informatie over waar je je bevindt. Het evenwichtsorgaan registreert beweging en positie van het hoofd. Receptoren in onder andere spieren, pezen, gewrichten en huid leveren informatie over positie, spanning en beweging.
Al deze informatie draagt bij aan de manier waarop het lichaam beweegt en reageert.
Het zenuwstelsel verwerkt voortdurend sensorische informatie en stuurt op basis daarvan beweging aan. Dat gebeurt voor een groot deel automatisch.
Wanneer we een nieuwe beweging leren of een bestaand bewegingspatroon proberen te veranderen, speelt motorisch leren een belangrijke rol.
Aandacht, feedback en herhaling helpen om een vaardigheid steeds beter uit te voeren. Wat aanvankelijk veel bewuste aandacht vraagt, kan door oefening uiteindelijk steeds automatischer verlopen.
Dat principe speelt ook een belangrijke rol binnen onze training:
Train intentionally, not habitually.
Niet zomaar bewegen en herhalen, maar bewust oefenen met een duidelijk doel.
Binnen Functional Patterns kijken we naar het lichaam als één samenwerkend systeem.
Spieren voeren beweging uit, maar beweging vraagt ook om waarneming, motorische controle, timing en coördinatie.
Daarom werken we niet alleen aan hoeveel kracht iemand kan produceren. We kijken vooral naar hoe het lichaam die kracht organiseert binnen beweging.
Binnen Level 1 — Fundamentals begint dit relatief bewust en gecontroleerd. We gebruiken correctives en gerichte oefeningen om nieuwe bewegingsmogelijkheden te ontwikkelen en deze vervolgens steeds verder te integreren.
Bewust leren → herhalen → integreren → steeds automatischer bewegen.
Onze ogen doen veel meer dan alleen beelden waarnemen. Visuele informatie helpt het zenuwstelsel onder andere bij oriëntatie, afstand, richting en het reageren op beweging in onze omgeving.
Tijdens lopen, rennen of het vangen en gooien van een object moet deze informatie voortdurend worden gekoppeld aan beweging.
Het vestibulaire systeem, onderdeel van het binnenoor, registreert beweging en positie van het hoofd ten opzichte van de zwaartekracht.
Deze informatie draagt samen met andere sensorische systemen bij aan evenwicht, oriëntatie en het stabiliseren van het lichaam tijdens beweging.
Ook vanuit het lichaam zelf komt voortdurend informatie binnen.
Receptoren in onder andere spieren en gewrichten leveren informatie over de positie en beweging van het lichaam. Dit noemen we proprioceptie.
De voeten zijn daarin interessant omdat ze tijdens staan en voortbewegen voortdurend contact maken met de ondergrond. Maar ze functioneren nooit volledig op zichzelf.
Voeten, benen, bekken, romp, hoofd en armen beïnvloeden elkaar als onderdeel van één bewegend systeem.
Zien, voelen en bewegen zijn daarom niet los van elkaar te begrijpen.
Het zenuwstelsel combineert verschillende informatiebronnen en gebruikt deze om beweging voortdurend bij te sturen.
Bij Veerkragt bekijken we deze processen niet als losse trucjes om het brein te ‘optimaliseren’, maar als onderdelen van menselijke beweging en motorisch leren.
Staan, lopen, rennen en gooien lijken vanzelfsprekend, maar zijn complexe motorische vaardigheden.
Het lichaam moet daarbij voortdurend onder andere positie, balans, gewichtsverplaatsing, rotatie, timing en kracht organiseren.
Wanneer we iets aan beweging willen veranderen, is alleen begrijpen wat er anders moet vaak niet voldoende.
We moeten het ook oefenen.
Het zenuwstelsel is veranderbaar. Door ervaring en herhaling kunnen motorische vaardigheden zich ontwikkelen.
Daarom is de kwaliteit van training belangrijk.
Als je steeds automatisch hetzelfde doet, oefen je vooral wat je al kent. Binnen training kunnen we beweging vertragen, vereenvoudigen of corrigeren om bewust andere mogelijkheden te ontwikkelen.
Vervolgens verhogen we geleidelijk de eisen.
Van correctie naar integratie.
Van controle naar beweging.
Van bewust oefenen naar steeds meer automatiseren.
Tijdens rennen, springen of gooien heb je geen tijd om over ieder afzonderlijk onderdeel van een beweging na te denken.
Daarom is bewuste controle niet het einddoel.
Naarmate een bewegingsvaardigheid zich ontwikkelt, kunnen snelheid, weerstand en complexiteit toenemen. Timing, rotatie, krachtsoverdracht en elastic recoil gaan daarbij een steeds grotere rol spelen.
Dat is ook waarom we binnen Veerkragt eerst een fundament leggen voordat we de eisen aan beweging verder verhogen.
Het brein leert. Het lichaam past zich aan. Beweging ontwikkelt zich.
Het brein staat niet los van de rest van het lichaam.
Slaap, stress, herstel, beweging, omgeving en gedrag kunnen allemaal invloed hebben op hoe we ons voelen, leren en presteren.
Daarom kijken we binnen Veerkragt breder wanneer daar aanleiding voor is.
Onze primaire ingang is beweging en training. Nieuwe cliënten die gaan trainen beginnen daarom bij Level 1 — Fundamentals.
Wanneer blijkt dat factoren zoals stress, slaap, herstel, voeding, ademhaling of gedrag de ontwikkeling sterk beïnvloeden, kan de Uitgebreide leefstijl-intake aanvullende verdieping bieden.
[Lees meer over Level 1 — Fundamentals]
[Lees meer over de Uitgebreide leefstijl-intake]
Wil je eens breder stilstaan bij hoe je jouw fysieke, mentale, emotionele en gedragsmatige veerkracht ervaart?
De Veerkragt-meter is een hulpmiddel voor zelfreflectie waarmee je verschillende domeinen van jouw veerkracht in beeld brengt.
Het is geen medische test of diagnose, maar kan je wel helpen bewuster te kijken naar waar op dit moment mogelijk aandacht nodig is.
Veerkracht berekenen